Kwetsbare Verkeersdeelnemers & Onoverzichtelijke Situaties
Bijzondere Bescherming volgens Artikel 49 RVV 1990
Bestuurders moeten altijd en overal voor laten gaan:
- Blinden en Slechtzienden: Een persoon met een witte stok met rode ringen of met een geleidehond in tuig. Dit geldt overal, ook zonder zebrapad!
- Moeilijk Voortbewegende Personen: Personen die zich met grote moeite voortbewegen (met rollator, krukken of looprek).
Kinderen in het Verkeer
Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen snelheden en afstanden nog niet goed inschatten en hebben een beperkt blikveld.
- In de buurt van scholen, speelpleinen en woonwijken moet je altijd anticiperen op plotseling oversteken.
- Een rollende bal tussen auto’s: Altijd DIRECT REMMEN. Vrijwel altijd rent er binnen een seconde een kind achteraan.
Snelle Tweewielers: Speed-Pedelecs & E-Bikes
- Speed-pedelecs (met geel bromfietskenteken) halen snelheden tot 45 km/u.
- Kijk bij het afslaan vroegtijdig in je spiegels; hun naderingssnelheid wordt door automobilisten vaak ernstig onderschat.
Wettelijke Kernregels (RVV 1990)
- Blinden met een witte stok met rode ringen of met een geleidehond moet je altijd en overal voor laten gaan (Artikel 49).
- Mensen die slecht ter been zijn (met krukken of rollator) moet je overal voor laten gaan.
- Een schoolbus met knipperende waarschuwingslichten betekent direct gas loslaten en voorbereid zijn op overstekende kinderen.
- Speed-pedelecs rijden tot 45 km/u; vergis je niet in hun naderingssnelheid.
Een blind persoon met een witte stok met één of meer rode ringen, of met een geleidehond in tuig, heeft ALTIJD en OVERAL voorrang bij oversteken!
Toets je Kennis (4Vragen)
Test direct wat je zojuist hebt gelezen met CBR-examenvragen. Antwoorden worden direct nagekeken en opgeslagen in je voortgang.

Wat doe je? (Snelheid: 20 km/u, woonerf (erf), spelende kinderen met stepjes bevinden zich links achter stenen plantenbakken).

Wat doe je? (Snelheid: 50 km/u, stadsweg, je nadert een groen verkeerslicht op 10 meter afstand, een voetganger staat rustig stil op de stoeprand op de telefoon te kijken, de kruising is verder leeg).

Wat doe je? (Snelheid: 80 km/u, buitenweg, een ree stapt uit de bosrand op de rechterberm en blijft 30 meter voor je staan kijken naar de weg).

Wat doe je? (Snelheid: 100 km/u, autosnelweg, je rijdt een goed verlichte tunnel in, het verkeer stroomt vlot door, de achterligger houdt 60 meter afstand).